refr.: Sarah en Thomas, met z'n twee Sarah gaat altijd met Thomas mee Schuifelen rustig, hand in hand Hij op z'n sloffies en zij zo parmant
Zij drinkt een Citroentje, hij ligt al op bed Zij heeft de kachel wat hoger gezet Ze noemt hem een knorrige, ouwe chagrijn Maar zou geen minuut zonder hem willen zijn
refr.
Sarah en Thomas, met z'n twee Sarah die leidt, en hij hobbelt mee Zwijmelend op een ouwe plaat Schuifelen rustig uit de maat
En een keer per jaar, dan is 't feest Dat is hun levenlang zo geweest Dan vieren ze dat ze samen zijn En dansen ze in de maneschijn
O m'n liefje, zie toch eens aan Hoe ze samen 't leven doorstaan Ze knokken en vechten al zoveel jaar Een onverbeterlijk liefdespaar