refr.: Zij zoeken naar goud in de bergen Beheerst door die zucht naar het geld 'n Werk dat hun krachten zal vergen In regen, onweer en geweld Ze wassen het zand der rivieren Die stromen door 't oeroude woud De macht van de goudkoorts die groeit in hun ogen Goud, goud, goud
De schoonheid van velden, de rotsen, 't bos Ze laten de goudgraver koud Hij wast en hij graaft en hij hakt alles los Goud, goud, goud
refr.
En 's nachts bij 't spaarzame licht van de maan En 't huilen van de dieren in 't woud Dan hoor je nog steeds maar die goudgravers gaan Goud, goud, goud